Schorsing concurrentiebeding arbeidsovereenkomst en freelanceovereenkomst

Een interessante uitspraak van de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant mei jongstleden aangaande de schorsing van een concurrentiebeding.

De casus:

Eiser in de zaak is als stagiair begonnen bij gedaagde, waarna hij een jaar later een freelanceovereenkomst aanging. Drie jaar later trad eiser in dienst; aanvankelijk met een tijdelijk arbeidscontract voor de duur van één jaar, waarna op 1 januari 2020 een dienstverband voor onbepaalde tijd werd aangegaan. Zowel de freelanceovereenkomst als het arbeidscontract voor onbepaalde tijd bevatten een concurrentiebeding. Nadat eiser aangeeft in dienst te willen treden bij een andere werkgever beroept gedaagde zich op het concurrentiebeding. Eiser vordert in kort geding schorsing van dit concurrentiebeding.

Concurrentiebeding bedoeld voor bescherming bedrijfsdebiet

Een concurrentiebeding (onderhevig aan artikel 7:653 lid 1 BW) heeft als doel om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen. Het bedrijfsdebiet bestaat bijvoorbeeld uit de zakelijke relaties die de werkgever heeft opgebouwd, zijn reputatie, de knowhow en goodwill. Werkgever wordt alleen beschermd door het concurrentiebeding indien de overstap van eiser naar een andere werkgever leidt tot aantasting van het bedrijfsdebiet. Enkel tegen het vertrek van een ervaren werknemer naar een andere werkgever biedt het concurrentiebeding geen bescherming, zo stelt de rechter.

Aantasting bedrijfsdebiet door overstap naar andere werkgever

De rechter oordeelt dat eiser weliswaar een belangrijke leermeester heeft gehad aan gedaagde, maar dat het meenemen van opgedane kennis en ervaring niet onmiddellijk leidt tot aantasting van het bedrijfsdebiet. Ook niet indien deze nieuwe werkgever deels in hetzelfde marktsegment actief is. Het meenemen van kennis en ervaring is inherent aan een dergelijke overstap. Van aantasting van het bedrijfsdebiet is pas sprake indien de werknemer de nieuwe werkgever een concurrentievoordeel geeft doordat deze beschikt over essentiële relevante commerciële en technische informatie of op de hoogte is van unieke strategieën en werkprocessen en hij deze ten behoeve van de nieuwe werkgever kan gebruiken. Ook kan sprake zijn van aantasting van het bedrijfsdebiet indien de werknemer dusdanig intensief samenwerkt met bepaalde klanten dat deze over zullen stappen naar de nieuwe werkgever. Eiser slaagt er niet in aan te tonen dat hiervan sprake is; volgens de rechter is onvoldoende gesteld en onderbouwd dat eiser kennis heeft van essentiële informatie waardoor de nieuwe werkgever als potentieel concurrent van de gedaagde een voordeel geniet.

Concurrentiebeding in de freelanceovereenkomst

Ook in de freelanceovereenkomst is echter een concurrentiebeding opgenomen strekkende tot drie jaar naar beëindiging van de overeenkomst van opdracht. Nu deze niet in een arbeidsovereenkomst is opgenomen valt deze niet rechtstreeks onder de werkingssfeer van artikel 7:653BW. Wel kan het concurrentiebeding in de overeenkomst tot opdracht (freelanceovereenkomst) worden getoetst aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Nu de freelanceovereenkomst grote gelijkenissen vertoont met de arbeidsovereenkomst kijkt de rechter door deze juridische constructie heen. De rechter acht het daarom niet redelijk en billijk om dit concurrentiebeding wel in stand te houden nu deze in de arbeidsovereenkomst geschorst dient te worden, terwijl de feitelijke omstandigheden nagenoeg gelijk zijn. Ook het concurrentiebeding in de freelanceovereenkomst dient daarom te worden geschorst.

Concluderend:

Een concurrentiebeding biedt alleen bescherming tegen de aantasting van het bedrijfsdebiet en niet tegen het vertrek van een ervaren werknemer naar een andere werkgever. Dat een vertrekkende werknemer kennis en ervaring meeneemt is inherent aan een dergelijk vertrek, maar leidt niet tot aantasting van het bedrijfsdebiet. Het belang van de werknemer om onbelemmerd gebruik te maken van zijn recht op vrijheid van arbeidskeuze weegt in deze zaak zwaarder dan het door het concurrentiebeding te beschermen belang van de werkgever. De rechter in kort geding schorst het concurrentiebeding opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Nu de freelance- en arbeidsovereenkomst geen relevante verschillen kennen in de feitelijke uitvoering, is het onaanvaardbaar dat het concurrentiebeding in de freelanceovereenkomst overeind blijft nu deze in de arbeidsovereenkomst dient te worden geschorst. De rechter in kort geding schorst ook het concurrentiebeding opgenomen in de freelanceovereenkomst.

 

 

Mr. Simon van Zijll is gespecialiseerd in het ondernemings- en vastgoedrecht. Ook heeft hij een bijzondere expertise in investeringsarbitrage.

Danish

Mr. Siddiqui is gespecialiseerd in ondernemings(straf)recht.

Advocaat arbeidsrecht Rotterdam gezocht? Ons advocatenkantoor in Rotterdam is actief in de Randstad en de regio’s Midden- en Zuid-Nederland.