In hoeverre is het opnemen van een vervalbeding in de algemene voorwaarden, indien deze de wettelijke verjarings- of vervaltermijn verkort, onredelijk bezwarend?

Op 27 maart 2020 wees de Hoge Raad arrest in een zaak waarin zij uitgebreid ingaat op het onderscheid tussen de open norm (art. 6:233 aanhef en onder a, BW), de grijze lijst (art.6:237 aanhef en onder h, BW) en de zwarte lijst (art.6:237 aanhef en onder g, BW). Hieronder wordt dit arrest besproken en wordt ingegaan op de vraag in hoeverre een vervalbeding in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is indien deze de wettelijke verjarings- of vervaltermijn verkort.  

Het geschil

In deze zaak draait het om een geschil tussen een aantal woningeigenaren van een nieuwbouwproject en hun aannemer. De huizen zijn opgeleverd omstreeks mei 2009 en op de overeenkomst tussen de kopers en de aannemer zijn de algemene voorwaarden voor eengezinshuizen (Stichting Garantie-Instituut Woningbouw) van toepassing. De kopers waren in de veronderstelling dat de door de aannemer (verweerder 1) verkochte huizen volledig duurzaam konden worden verwarmd en dat degene met wie zij een energieleveringsovereenkomst hadden gesloten (verweerder 2) volledig duurzame energie kon leveren. Dit blijkt echter niet het geval te zijn. De kopers eisen daarom van verweerder 1 en 2 dat zij de contractuele verplichtingen op dit gebied nakomen. Deze vorderingen worden afgewezen. Volgens het hof is de volledig duurzame energielevering niet overeengekomen in de energieleveringsovereenkomst met verweerder 2. Bovendien kan verweerder 1 volgens het hof succesvol een beroep doen op het vervalbeding in de algemene voorwaarden, waardoor een rechtsvordering uit hoofde van een verborgen gebrek niet ontvankelijk is indien deze wordt ingesteld na verloop van vijf jaren en zes maanden na de oplevering. Deze termijn was reeds verstreken toen de aannemer werd gedagvaard.

Eisers komen tegen dat oordeel in cassatie, omdat het hof volgens hen ten onrechte geoordeeld heeft dat dit vervalbeding niet onredelijk bezwarend is, nu het geding niet onder de zwarte lijst (ex art. 6:235 aanheft en onder g, BW) en onder de grijze lijst (art. 6:237 aanhef en onder h, BW) zou vallen.

Juridisch kader vervalbeding

Deze zaak draait om een vervalbeding in de algemene voorwaarden welke de wettelijke verjarings- of ververvaltermijn verkort. Beide rechtsfiguren, verjaring en verval, beperken het uitoefenen van een rechtsvordering met een tijdslimiet. Verval heeft echter een sterkere werking: na de vervaltermijn gaat het onderliggende vorderingsrecht teniet. Bij verjaring gaat slechts de mogelijkheid om een vordering in rechte af te dwingen teniet. Deze zwakkere werking zorgt ervoor dat verjaring kan worden gestuit door voor het verlopen van de verjaringstermijn uitdrukkelijk nakoming te eisen.

Het opnemen van een beding in de algemene voorwaarden kan echter onredelijk bezwarend zijn. Of hiervan sprake is wordt in beginsel beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval (open norm, art. 6:233 aanhef en onder a, BW). Is de wederpartij van de gebruiker van de algemene voorwaarden echter een consument dan moet ook gekeken worden naar de zwarte lijst (art.6:236 BW) en de grijze lijst (art.6:237 BW). Staat een beding op de zwarte lijst dan is deze altijd onredelijk bezwarend. Staat een beding op de grijze lijst dan wordt vermoed dat deze onredelijk bezwarend is, maar dit vermoeden is wel weerlegbaar. De bewijslast ligt in dat geval echter, anders dan wanneer de open norm van toepassing is, bij de gebruiker.

Het oordeel in cassatie

Volgens de eisers is het hof in deze zaak ten onrechte tot het oordeel gekomen dat het vervalbeding niet onder de grijze lijst valt. De Hoge Raad gaat in het arrest daarom in op het onderscheid tussen de zwarte lijst, de grijze lijst en de open norm.

Volgens de Hoge Raad ziet de zwarte lijst slechts op die vervalbedingen die een wettelijke verjarings- of vervaltermijn verkorten tot één jaar of minder. Daarvan is in deze zaak geen sprake. Indien een vervalbeding een wettelijke verjaringstermijn vervangt voor een contractuele vervaltermijn is volgens de Hoge Raad wel de grijze lijst van toepassing en wordt vermoed dat het vervalbeding onredelijk bezwarend is. Een vervalbeding dat een wettelijke vervaltermijn verkort moet echter slechts worden getoetst aan de open norm van art.6233 aanhef en onder a, BW.

Het hof heeft volgens de Hoge Raad in zijn arrest niet duidelijk gemaakt of het vervalbeding ziet op een vervanging en verkorting van een verjaringstermijn of dat het vervalbeding een wettelijke vervaltermijn verkort. Indien het vervalbeding een wettelijke verjaringstermijn vervangt valt het geding volgens de Hoge Raad wel onder de grijze lijst en is het hof volgens de Hoge Raad tot een onjuist oordeel gekomen. Indien het hof heeft bedoeld dat het vervalgeding een vervaltermijn verkort, dan is deze opvatting onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad acht de klacht van de eisers dan ook gegrond, waarna vernietiging en verwijzing naar het Hof Den Haag volgt.

Concluderend

Een beding in de algemene voorwaarden is (ex art 6:237 aanhef en onder g, BW) onredelijk bezwarend indien de wettelijke verjarings- of vervaltermijn waarbinnen de consument enig recht geldend moet maken wordt verkort tot een termijn van minder dan één jaar. Een dergelijk geding valt onder de zwarte lijst.

Bedingen die een wettelijke verjaringstermijn verkorten tot een verjaringstermijn van één jaar of meer, of die een wettelijke vervaltermijn verkorten tot een vervaltermijn van één jaar of meer, vallen niet onder art. 6:236, aanhef en onder g, BW en kunnen wat hun inhoud betreft alleen getoetst worden aan de open norm van art. 6:233, aanhef en onder a, BW. Een dergelijk beding wordt niet vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Dit geldt wel voor alle overige vervalbedingen, waaronder die bedingen die een wettelijke verjaringstermijn vervangen. Deze vallen onder het bereik van art. 6: 237 aanhef en onder h, BW (de grijze lijst). Een dergelijk beding wordt in beginsel vermoed onredelijk bezwarend te zijn.

Mr. Simon van Zijll is gespecialiseerd in het ondernemings- en vastgoedrecht. Ook heeft hij een bijzondere expertise in investeringsarbitrage.

Danish

Mr. D.A. Siddiqui is gespecialiseerd in het financieel- economisch strafrecht, huur- en ondernemingsrecht.

De advocaten van Forsyte zijn actief in de Randstad en de regio’s Midden- en Zuid-Nederland. Vrijblijvend uw zaak voorleggen?