Tegenwoordig wil men bedrijven steeds duurzamer en maatschappelijk verantwoord maken. Er is een groeiende vraag naar andere ondernemingsvormen waarbij winstmaximalisatie niet als enige doel dient, maar dat de missie en de waarden van een onderneming ook op de langere termijn worden gewaarborgd.
Op 16 april 2024 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen met het verzoek aan de regering om “in samenwerking met universiteiten een voorstel voor een rentemeestervennootschapsbedrijfsmodel uit te werken”. Het nieuwe kabinet wil deze nieuwe rechtsvorm stimuleren en introduceert de ‘rentmeestervennootschap’ in het coalitieakkoord 2026-2030. Maar wat houdt deze rechtsvorm precies in? En hoe verschilt deze rechtsvorm van een traditionele vennootschap? Deze blog zal hier nader op in gaan en zal kijken naar de toekomst van de rentemeestervennootschap.
Wat houdt de rentemeestervennootschap in?
Een rentemeesterbedrijfsmodel werkt op basis van twee principes: zelfbestuur en winst. In deze rechtsvorm is de zeggenschap, dus stemrecht, in handen van ‘rentmeesters’. Deze rentemeesters zijn betrokken bij de vennootschap en richten zich bij hun handelen op de missie van de onderneming. Anderen kunnen de controle over de onderneming niet kopen of erven en daarmee is de onderneming ‘van zichzelf’. Het tweede principe is dat de winst die de onderneming maakt de continuïteit en doelstelling van de onderneming dient. Het financiële belang van de rentmeesters is gescheiden van de zeggenschap. Rentmeesters beslissen over de bestemming van de winst die aan de onderneming toekomt. Hiermee wordt het maatschappelijk verantwoord ondernemen dus gestimuleerd.
Verschil met de traditionele vennootschap
De traditionele vennootschap bestaat uit een of meer vennoten met een bestuur die zelf bedrijfsstrategieën hanteren. De uiteindelijke zeggenschap ligt hier bij de aandeelhouders, die besluiten maken over de winstverdeling en bestemming.
Dit verschilt met de rentemeestervennootschap. Hier houdt een beheersstichting alle aandelen, of aandelen met bijzondere zeggenschapsrechten. Hierdoor kunnen externe aandeelhouders minder druk uitoefenen op het bestuur om een eenzijdig op financieel rendement gericht beleid te voeren.
Het nieuwe coalitieakkoord
Op 30 januari 2026 is het coalitieakkoord 2026-2030 gepresenteerd door de Tweede Kamerfracties van D66, VVD, en CDA. Hoe de rentemeestervennootschap er exact uit zal zien en de voorwaarden voor de oprichting van deze rechtsvorm is nog niet bekend. De regering zal het model nog moeten uitwerken tot een wetsvoorstel.
Conclusie
In een notendop staat de trend van duurzaamheid en verantwoord maatschappelijk ondernemen hier centraal. De zeggenschap is in handen van zogenoemde rentmeesters. Aangezien anderen de controle over de onderneming niet kunnen kopen of erven is de onderneming ‘van zichzelf’. Bovendien beslissen de rentmeesters wat de bestemming is van de winst van de onderneming, waardoor aandeelhouders minder druk uitoefenen op het bestuur.



